Ontwikkeling van een eeuwenoud vak

Herbestemming Stoomketelfabriek Deprez, TilburgEen van de mooie aspecten van het restauratievak is de link naar het verleden. Via onze projecten komen we in aanraking met de vaak boeiende geschiedenis van het gebouw en zijn bewoners. De in eeuwen opgebouwde betekenis van het gebouw geeft je de verantwoordelijkheid om de restauratie zorgvuldig ter hand te nemen, om te waarborgen dat generaties na ons nog steeds een duidelijke link met het verleden kunnen leggen. Juiste kennis van bouwstijlen, materialen en restauratietechnieken is daarbij een voorwaarde en van oudsher heeft de restauratieaannemer zich gespecialiseerd om deze kennis te behouden en te ontwikkelen.

Vandaag de dag wordt die kennis steeds breder. Maatschappelijke ontwikkelingen en het feit dat steeds meer monumenten hun functie verliezen, introduceren nieuwe thema’s en kennisgebieden in de monumentenzorg.

De actualiteit van dit moment illustreert dit. Zo werd op 12 oktober 2011 het jaarlijkse RCE-symposium geheel gewijd aan Duurzame Monumentenzorg. Een dag lang werd het thema duurzaamheid belicht vanuit het perspectief van restaureren en in stand houden. Soms nog wat onwennig en vrij abstract, maar het werd duidelijk dat dit onderwerp er echt toe doet. Een ander actueel thema is herbestemmen. Binnen het MOMO-beleid is herbestemmen benoemd tot een belangrijke pijler onder het toekomstige monumentenbeleid. Het programma van de Biënnale van Maastricht, die van 29 oktober tot en met 5 november 2011 gehouden wordt, laat bijvoorbeeld zien hoe dit onderwerp vanuit diverse beroepsgroepen en gezichtspunten aangevlogen wordt. Om op die manier het thema herbestemmen een inhoud te geven, die tot hoogwaardige resultaten leidt. Weer een ander onderwerp is flora en fauna. Op veel plaatsen is dit het onderwerp van gesprek en ook in deze nieuwsbrief schenken we er aandacht aan.

De Vakgroep Restauratie is actief in al deze initiatieven. Het eeuwenoude vak blijft zich zo ontwikkelen, waardoor we ook in de toekomst ons vak op een verantwoorde en geaccepteerde manier kunnen blijven uitoefenen.

Boudewijn de Bont
Voorzitter Vakgroep Restauratie
November 2011

Wat brengt het BRIM ons 2012?

Het Besluit Rijkssubsidiëring Instandhouding Monumenten (BRIM) biedt monumenteneigenaren de mogelijkheid een subsidie of een goedkope lening aan te vragen voor het planmatig onderhoud van hun rijksmonument. De goedkope leningen worden verstrekt door het Nationaal Restauratie Fonds (NRF). Deze zijn bestemd voor eigenaren van woonhuizen. Eigenaren van andere monumentale gebouwen zoals kerken, kastelen en molens, komen in aanmerking voor een subsidie, die door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) wordt afgewikkeld. Sinds kort horen ook archeologische en groene monumenten daarbij. Alles bij elkaar vallen ruim 27.000 rijksmonumenten onder de BRIM-subsidieregeling.

BRIM-budget te krap

Het BRIM is in 2006 van start gegaan en loopt nu 6 jaar. Tijd voor een evaluatie. Blijven de rijksmonumenten in ons land in goede staat van onderhoud met de BRIM-ondersteuning? Hoewel de uitkomsten van deze evaluatie nog even op zich laten wachten, is in de praktijk al het een en ander te horen. Zo is duidelijk dat het BRIM-budget in de eerste loopjaren toereikend was. De overgang van oude subsidieregelingen naar het BRIM ging gefaseerd en verliep goed. Inmiddels is dat veranderd. Bijna alle oude subsidieregelingen zijn vervallen en hiervoor is het BRIM in de plaats gekomen. In 2010 kon slechts 50% van de aangevraagde instandhoudingskosten worden gesubsidieerd, in 2011 was dat nog maar 20%. Het budget is dus veel te krap wat tot grote onvrede leidt bij de monumenteneigenaren. Bovendien maakt de branche zich zorgen over het aantal instandhoudingsplannen, dat niet wordt uitgevoerd. Hierdoor zal de restauratieachterstand van onze monumenten onherroepelijk oplopen.

Geen loting meer

Op maandag 16 januari 2012 kunnen de BRIM-subsidieaanvragen voor het nieuwe jaar worden ingediend bij de RCE in Amersfoort. Het gehate lotingssysteem is geschrapt. Dit keer zal via voorrangscriteria worden bepaald wie tot de gelukkigen behoren, die vanuit het kleine BRIM-budget van € 51 miljoen een bijdrage ontvangen. Er zijn twee criteria. Als eerste krijgen de molens, kastelen en buitenplaatsen, die in 2006 een BRIM-subsidie hebben gekregen, voorrang. Als er dan nog budget overblijft, krijgen vervolgens de aanvragers, die in 2011 in de loting zijn afgewezen, voorrang. De RCE werkt momenteel aan een alternatief om het beperkte budget met ingang van 2013 op een andere manier te verdelen. Het wachten is nu op het BRIM-evaluatierapport. Hopelijk biedt dit een goede basis om deze subsidieregeling te verbeteren. Want het principe van planmatig onderhoud dat het BRIM stimuleert, wordt wél breed gedragen.

Curcusgroep van de Hogeschool Utrecht op excursie in DrentePost-HBO opleidingen in trek

Post-HBO opleidingen op het terrein van de monumentenzorg zijn in trek. Verzorgt de Hogeschool Utrecht alweer geruime tijd opleidingen en cursussen gericht op de restauratiebranche, ook de Hogeschool Arnhem Nijmegen onderwijst sinds mei dit jaar op het gebied van de monumentenzorg. Restauratietechnieken blijven aan bod komen bij het NRC.

In november 2011 start aan de Hogeschool Utrecht de cursus Erfgoed en Ruimte. De nieuw opgezette opleiding richt zich met name op die facetten, die van belang zijn bij het inbedden van cultureel erfgoed in de ruimtelijke ontwikkelingen. Alle aspecten daarvan passeren de revue: van bouwtechnieken en bouw- en cultuurhistorie tot ruimtelijke planvorming en wet- en regelgeving. De leergang bestaat uit de onderdelen historie en geografie, monument en omgeving, beleid, regelgeving en financiën, communicatie, cultuurhistorische waarden en ruimte voor erfgoed . Er wordt aandacht besteed aan de meest recente ontwikkelingen. De opleiding is vooral bestemd voor hen, die (al) werkzaam zijn bij een bouwbedrijf, een gemeente of bijvoorbeeld een woningcorporatie

Herbestemming

Anders dan de Utrechtse cursus richt de Hogeschool Arnhem Nijmegen zich expliciet op het thema herbestemming. Aan de orde komt de complete bouwlijn van restaureren en transformeren. Naast de behandeling van de verschillende manieren waarop opgaven, methodieken, knelpunten en oplossingen kunnen worden benaderd, worden verschillende excursies naar aansprekende projecten verzorgd. Ook deze opleiding is bestemd voor hen met een relevante HBO-opleiding of een MBO+opleiding met enkele jaren werkervaring.

Restauratietechnieken

Het Nederlands Restauratie Centrum biedt in twaalf modules onder meer de administratieve en technische voorbereiding, de begeleiding en de afhandeling van een bouwplan aan. Deze modules zijn afgeronde onderdelen, die naar eigen keuze in volgorde kunnen worden gevolgd. De serie wordt continu aangeboden, instappen kan op elk gewenst moment.

Informatie over deze opleidingen is te vinden op www.vakgroeprestauratie.nl/opleidingen

Fort Honswijk bij HoutenHangplekken en muurbloempjes

Duurzame monumentenzorg is ook: zorg voor beschermde planten en dieren. Een aantal soorten muurplanten en vrijwel alle vogels- en vleermuissoorten worden door de Floraen Faunawet beschermd. Het is dus zaak voor eigenaren, architecten en bouwbedrijven om hier rekening mee te houden bij de voorbereiding en uitvoering van restauratieprojecten. Maar hoe pak je dat aan? Herman Limpens van de Zoogdierenvereniging en Wim Vuik van de Gemeente Utrecht Stadswerken (afdeling Natuur- en Milieucommunicatie) en David van Raaij (afdeling IBU Stadsingenieurs) geven uitleg.

Goede planning is het halve werk

Kerken en forten zijn populair bij vleermuizen. Door restauraties van monumenten verdwijnen vaak hun hangplekken. Ook wordt bij de uitvoering van de werkzaamheden te weinig rekening gehouden met de aanwezigheid van deze kwetsbare zoogdiertjes. Herman Limpens legt uit dat vleermuizen een unieke rol in het ecosysteem vervullen. Het zijn bijvoorbeeld ideale insectenverdelgers, omdat ze zo’n 3000 muggen per dag eten. Daarom is het zaak om deze zeldzame diertjes te beschermen. “Het is een misvatting dat de aanwezigheid van vleermuizen in een gebouw een projectplan op slot zet”, aldus Limpens. “Als er in een vroeg stadium een inventarisatie van het aantal vleermuizen en hun leefpatroon plaatsvindt, dan kan er met een goede planning gewoon gerestaureerd worden”. Zo heeft de Zoogdierenvereniging bij de restauratie van Fort Honswijk een grondig onderzoek verricht in opdracht van de gemeente Houten. Het fort, en vooral de toren, bleek een optimale verblijfplaats te vormen voor vleermuizen. De lucht- en wandvochtigheid zijn precies goed en wisselingen in de buitentemperatuur worden gebufferd door de dikke muren en grondgedekte daken. Er werden heel wat verschillende soorten vleermuizen aangetroffen. De deskundigen van de Zoogdierenvereniging adviseerden tijdens de restauratiewerkzaamheden. Hun adviezen maakte het voor de restauratieaannemer mogelijk om op zorgvuldige wijze het vooral consoliderende restauratiewerk uit te voeren. De timing van het werk was cruciaal; die moest worden aangepast aan het leefritme van de dieren. Daarnaast werden diverse verzachtende maatregelen getroffen om de schade aan de populatie te beperken. De Zoogdierenvereniging heeft in haar onderzoeksrapport aanbevelingen gedaan voor het toekomstige gebruik van het fort. Nu de gebouwen zijn geconsolideerd, kan hier verder over gesproken worden door alle betrokken partijen.

De Flora- en Faunawet

In en om monumenten leven vaak plant- en diersoorten, die strikt beschermd zijn op grond van de Flora- en Faunawet. Eigenaren, architecten en aannemers dienen zich hiervan goed bewust te zijn voor aanvang van restauratiewerkzaamheden. In artikel 2 van de Flora- en Faunawet wordt een zorgplicht opgelegd; “een ieder moet voldoende zorg in acht nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving”. De Algemene Inspectie Dienst handhaaft deze wet en kan werken stilleggen als blijkt dat er onvoldoende maatregelen worden getroffen en beschermde plant- of diersoorten geweld wordt aangedaan. Overtredingen van deze wet zijn economische delicten, die kunnen worden bestraft met geldboetes. Het is dus aan te raden om in een vroeg stadium een deskundige in te schakelen, zoals bijvoorbeeld een ecologisch adviesbureau. De nodige ‘zorgactiviteiten’ kunnen dan ingepland worden.

Jagende watervleermuis (foto: Paul van Hoof)Tongvaren in de werfmuren, Utrecht

Muurplanten

Echte muurplanten zijn van oorsprong rotsplanten. In Nederland vinden deze planten hun biotoop op allerlei bouwwerken zoals grachtmuren, kademuren, kerkhofmuren, bruggen, kerken en kloosters. Het is moeilijk wortelen op de stenige verticale ondergrond en het microklimaat schommelt sterk. Slechts enkele soorten kunnen onder deze speciale omstandigheden groeien: echte muurplanten. Muurplanten vestigen zich bij voorkeur op verweerde muren, die rijk zijn aan kalk. In kleine scheurtjes in de steen of in de voegen, die ontstaan door regen, wind en temperatuurschommelingen, vestigen zich eerst algen, schimmels en bacteriën. In de loop van de tijd verschijnen de planten op deze speciale voedingsbodem.

Bronpopulaties

Toen het tijd werd voor de restauratie van de werfmuren in Utrecht is er eerst een quickscan door een ecologisch bureau gemaakt. Wim Vuik legt uit: “Het is een verkeerde zuinigheid om dit onderzoek vooraf aan een restauratie niet te willen laten uitvoeren. Als het werk moet worden stilgelegd, kost het de restauratie-aannemer en de opdrachtgever waarschijnlijk meer”. Uit de scan bleek dat er zich verschillende kleine en grote populaties van beschermde plantensoorten in de muren bevonden. Tijdens de restauratie zijn op veel plaatsen in de muur de bronpopulaties ontzien. De rest van de plantjes zijn verplaatst. David van Raaij en Wim Vuik van de gemeente Utrecht zijn dan ook blij met de versoepeling van de Flora- en Faunawet. “Er wordt nu gesproken over een zorgplicht, dus het terugbrengen van planten op andere plaatsen dan de oorspronkelijke is geoorloofd”, meldt David van Raaij enthousiast. Vooral de beschermde Steenbreekvaren, Tongvaren, Gele Helmbloem en Klein Glaskruid hebben zich op de werfmuren in Utrecht geworteld. In tegenstelling tot de houtige gewassen, zoals boomwortels en klimop, dragen deze muurplanten zelf niet actief bij aan de achteruitgang van de onderhoudstoestand van de muren. Integendeel, de muurplanten en -bloemen leveren een belangrijke bijdrage aan de natuurwaarden in de stad Utrecht.

Restauratiekwaliteit Startbijeenkomst Stichting ERM in het Rijksmuseum

Restauratie Rijksmuseum, Amsterdam

Restauratie Rijksmuseum, Amsterdam

Al vanaf midden jaren ’90 hebben diverse branches in de monumentenzorg initiatieven genomen om de kwaliteit van het restauratiewerk hoog te houden. Dat heeft geleid tot diverse regelingen voor kwaliteitsnormen, zoals de ERB voor hoofdaannemers in de restauratie. Sommige regelingen zijn ver ontwikkeld en hebben veel gebruikers, andere zijn wat minder ver.

In de ‘Beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg’ (MoMo) heeft ook het ministerie van OCW het belang van kwaliteitsnormen benadrukt. OCW heeft diverse maatregelen aangekondigd:

  • Goed restaureren is gebaseerd op vakmanschap en zelfregulering. Waar nodig wordt de branche ondersteund om tot een goede borging van kwaliteit te komen.
  • Vanaf 2013 wordt in BRIM-beschikkingen verwezen naar kwaliteitsnormen.

Stichting ERM: platform voor praktijkgerichte oplossingen

OCW heeft de Stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg (ERM) gevraagd om zich om te vormen naar een organisatie, die kwaliteitsregelingen voor de restauratiesector beheert en stimulerend optreedt. ERM heeft in 2010 gesprekken gevoerd met betrokken organisaties. Zij reageerden positief op participatie in deze nieuwe beheerorganisatie. Het resultaat is beschreven in de ‘Toekomstvisie 2015’.

De ERM heeft 2 taken:

  • Het (helpen) ontwikkelen en het beheren van kwaliteitsnormen.
  • Het bevorderen van het gebruik van die normen.

De ‘Toekomstvisie 2015’ is tevens een uitnodiging om ook deel te nemen in de nieuwe structuur. Want de ERM wil samen met alle partijen het netwerk ontwikkelen waarin overheid en bedrijfsleven werken aan heldere en toetsbare werkafspraken. Een platform voor praktijkgerichte oplossingen!

Startbijeenkmst in het Rijksmuseum

De ERM organiseert op 14 november 2011 een startbijeenkomst in het Rijksmuseum in Amsterdam. Hier zullen opdrachtgevers, opdrachtnemers en overheden hun ideeën over restauratiekwaliteit laten horen onder leiding van Victor Deconinck. Ook is er de mogelijkheid tot een excursie langs de restauratiewerken in het Rijksmuseum.

Wilt u mee discussiëren? Meld u aan voor de ERM-startbijeenkomst op 14 november 2011 in het Rijksmuseum via www.stichtingERM.nl. Daar kunt u ook de ‘Toekomstvisie 2015’ downloaden.

Colofon

November 2011
Dit is een uitgave van de Vakgroep
Restauratie, de branchevereniging van erkende restauratie bouwbedrijven.

Postbus 2079
3800 CB Amersfoort
Tel: 033 465 94 65
E-mail: info@vakgroeprestauratie.nl
Internet: www.vakgroeprestauratie.nl

Redactie: Agnes van Alphen, Theo van Oeffelt, Irene Stevens, Ad Wonders.

Foto’s zijn aangeleverd door: Aann. bedrijf Nico de Bont B.V., Koninklijke Woudenberg Ameide, Robert-Jan Stokman, Monique van Drunen, Paul van Hoof en Irene Stevens.

Wilt u dit informatiebulletin in het vervolg digitaal ontvangen? Stuur dan een e-mail naar info@vakgroeprestauratie.nl