Vraag het de vakman: Ouderwetse oplapbeurt

Historisch cv-leidingwerk het behouden waard!

Tekst | Herman Grobben, Den Hoed Aannemers

U stuit tijdens de verbouwing op het oude leidingennetwerk van uw cv-installatie en uw eerste gedachte is: ‘eruit dat spul’. Vergeet dan niet dat ook historische verwarmingsleidingen bijdragen aan de beleving en de cultuurhistorische waarde van uw monument. En dat zij met enige creativiteit nog prima voldoen. Misschien wel beter dan u zou verwachten.

De centrale verwarmingsinstallatie kwam op in de eerste helft van de negentiende eeuw. Vrijwel tegelijkertijd begon men met het isoleren van ketels, pijpen en leidingwerk en het voorkomen van warmteverlies op plekken als kelders en kruipruimtes. Voor de isolatie gebruikte men makkelijk verkrijgbaar, goedkoop materiaal: afval van de productie van kokosvezels, rubber en kurk of natuurproducten als mos, stro, riet en vlas. Tot 1880 werden deze natuurlijke (organische) materialen los opgestopt tussen een gaaskoker en de leiding, vervolgens voorzien van een bandage en ten slotte afgewerkt met een dunne laag kalk of gips ter afdichting van gaten en kieren.

Foto boven: In de kelder van een huis in Westerlee (Gr.) zijn verwarmingsbuizen met touw omwikkeld. Dit is een zeldzaam voorbeeld van buisisolatie. Foto K. Roderburg, archief RCE.

Foto beneden: Voorbeeld van een voorheen gangbare isolatievorm. Kenmerkend bij deze horizontale verwarmingsbuis is de witte laag gips voor een perfecte dichting van de isolatielaag. Voordat de gipslaag werd aangebracht, omwikkelde men de buisisolatie met een bandage. Allerlei soorten isolatiemateriaal werden toegepast zoals asbest, houtvezels, glaswol en steenwol. Inmiddels worden voorbeelden met asbestpijpisolatie zeldzaam. Foto B. Kooij.

Materiaalsoorten

Vanaf 1880 kwamen er ook anorganische materialen op de markt: asbest uit Canada, infusoriënaarde uit Duitsland en synthetische materialen zoals slakkenwol. Voor de beste oplossing experimenteerde men er tussen 1880 en 1950 lustig op los. Men smeerde het leidingwerk bijvoorbeeld in met opeenvolgende lagen asbestcement of wikkelde een koord uit kurk, hennepvezel of asbest om het leidingwerk tot de gewenste dikte was bereikt. 

Fabrieksmatig geproduceerde halffabricaten als isolatiematten, platen en schaaldelen deden vooral na de Tweede Wereldoorlog hun intrede. Deze producten konden zowel een organische, anorganische als synthetische oorsprong hebben. Ook deze vormstukken of schaaldelen werden keurig  omwikkeld met een bandage en dan afgewerkt met een dunne pleisterlaag. Na de Tweede Wereldoorlog (en versterkt door de oliecrisis in 1973) kwamen vrijwel alleen nog synthetische isolatiematerialen voor gebruik in aanmerking. De organische raakten geleidelijk in onbruik, om de laatste jaren weer (deels) ontdekt, geherwaardeerd en toegepast te worden.

Asbest

In het verleden werd vanwege de brandwerende eigenschappen veelvuldig asbest gebruikt. Zo ook in leidingisolatie: los toegepast in de gaaskoker, als cement en in combinatie met andere materialen. Asbest is echter een kankerverwekkende stof waarvan het aanbrengen en bewerken verboden is conform het asbestverwijderingsbesluit. In gebonden toestand levert het niet direct een gevaar voor de gezondheid op. Het advies is om bij onduidelijkheid of twijfel een asbestinventarisatiebureau een materiaalonderzoek te laten doen.

Meer tips

Meer tips over historisch leidingwerk vindt u op:
www.monumentenregie.nl van Stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg (ERM).
Gids Cultuurhistorie ‘Historische isolatiematerialen’, www.cultureelerfgoed.nl.

Overgangstukken

De herontdekte materialen die op dit moment verkrijgbaar zijn, maken een makkelijke overgang van historisch fitwerk naar moderne koppelingen en leidingwerk mogelijk. Dat historisch leidingwerk een grotere diameter heeft, heeft vrijwel geen gevolgen voor de werking van uw installatie. Het verschil tempert hooguit de snelheid van de circulatie van het verwarmingswater, hetgeen echter niet zonder meer betekent dat de opwarmtijd toeneemt. Laat oude stalen leidingen of radiatoren tijdens een verbouwing niet te lang droogstaan. Hoewel ze een zeer lange levensduur hebben, kan op die manier de installatie gaan lekken op de verbindingen en koppelingen. Ook is het mogelijk dat het inwendige van de leidingen of de radiatoren gaat roesten. Leiding-isolatie met schaaldelen en bandage van stro hoeft u niet te vervangen, zelfs niet in een vochtige ruimte als een kelder. Het repareren en aanvullen ervan vergt wel wat creativiteit. Zoek hiervoor een deskundige installateur.

Dit artikel werd geschreven door Herman Grobben, werkvoorbereider/KAM-coördinator bij Den Hoed Aannemers.
Voor meer informatie: www.denhoed.nl.

Download het artikel hier. 

001.jpg

002.jpg

003.jpg

004.jpg

005.jpg

006.jpg

007.jpg

008.jpg

009.jpg

010.jpg

011.jpg

012.jpg

013.jpg

014.jpg

015.jpg

016.jpg

017.jpg

018.jpg

019.jpg

020.jpg

021.jpg

022.jpg

023.jpg

024.jpg

025.jpg

025].jpg

026.jpg

027.jpg

028.jpg

029.jpg

030.jpg

031.jpg

032.jpg

033.jpg

034.jpg

035.jpg

036.jpg

037.jpg

038.jpg

039.jpg

040.jpg

041.jpg

042.jpg

043.jpg

044.jpg

045.jpg

046.jpg

047.jpg

048.jpg

049.jpg

050.jpg

051.jpg

052.jpg

053.jpg

054.jpg

055.jpg

056.jpg

057.jpg

058.jpg

059.jpg

060.jpg

061.jpg

062.jpg

063.jpg

064.jpg

065.jpg

066.jpg

067.jpg

068.jpg

069.jpg