01.jpg

02.jpg

03.jpg

04.jpg

05.jpg

06.jpg

07.jpg

08.jpg

09.jpg

10.jpg

11.jpg

12.jpg

13.jpg

14.jpg

15.jpg

16.jpg

17.jpg

18.jpg

19.jpg

20.jpg

21.jpg

22.jpg

23.jpg

24.jpg

25.jpg

26.jpg

Vraag het de vakman: Ouderwetse oplapbeurt

Historisch cv-leidingwerk het behouden waard!

Tekst | Herman Grobben, Den Hoed Aannemers

U stuit tijdens de verbouwing op het oude leidingennetwerk van uw cv-installatie en uw eerste gedachte is: ‘eruit dat spul’. Vergeet dan niet dat ook historische verwarmingsleidingen bijdragen aan de beleving en de cultuurhistorische waarde van uw monument. En dat zij met enige creativiteit nog prima voldoen. Misschien wel beter dan u zou verwachten.

De centrale verwarmingsinstallatie kwam op in de eerste helft van de negentiende eeuw. Vrijwel tegelijkertijd begon men met het isoleren van ketels, pijpen en leidingwerk en het voorkomen van warmteverlies op plekken als kelders en kruipruimtes. Voor de isolatie gebruikte men makkelijk verkrijgbaar, goedkoop materiaal: afval van de productie van kokosvezels, rubber en kurk of natuurproducten als mos, stro, riet en vlas. Tot 1880 werden deze natuurlijke (organische) materialen los opgestopt tussen een gaaskoker en de leiding, vervolgens voorzien van een bandage en ten slotte afgewerkt met een dunne laag kalk of gips ter afdichting van gaten en kieren.

Foto boven: In de kelder van een huis in Westerlee (Gr.) zijn verwarmingsbuizen met touw omwikkeld. Dit is een zeldzaam voorbeeld van buisisolatie. Foto K. Roderburg, archief RCE.

Foto beneden: Voorbeeld van een voorheen gangbare isolatievorm. Kenmerkend bij deze horizontale verwarmingsbuis is de witte laag gips voor een perfecte dichting van de isolatielaag. Voordat de gipslaag werd aangebracht, omwikkelde men de buisisolatie met een bandage. Allerlei soorten isolatiemateriaal werden toegepast zoals asbest, houtvezels, glaswol en steenwol. Inmiddels worden voorbeelden met asbestpijpisolatie zeldzaam. Foto B. Kooij.

Materiaalsoorten

Vanaf 1880 kwamen er ook anorganische materialen op de markt: asbest uit Canada, infusoriënaarde uit Duitsland en synthetische materialen zoals slakkenwol. Voor de beste oplossing experimenteerde men er tussen 1880 en 1950 lustig op los. Men smeerde het leidingwerk bijvoorbeeld in met opeenvolgende lagen asbestcement of wikkelde een koord uit kurk, hennepvezel of asbest om het leidingwerk tot de gewenste dikte was bereikt. 

Fabrieksmatig geproduceerde halffabricaten als isolatiematten, platen en schaaldelen deden vooral na de Tweede Wereldoorlog hun intrede. Deze producten konden zowel een organische, anorganische als synthetische oorsprong hebben. Ook deze vormstukken of schaaldelen werden keurig  omwikkeld met een bandage en dan afgewerkt met een dunne pleisterlaag. Na de Tweede Wereldoorlog (en versterkt door de oliecrisis in 1973) kwamen vrijwel alleen nog synthetische isolatiematerialen voor gebruik in aanmerking. De organische raakten geleidelijk in onbruik, om de laatste jaren weer (deels) ontdekt, geherwaardeerd en toegepast te worden.

Asbest

In het verleden werd vanwege de brandwerende eigenschappen veelvuldig asbest gebruikt. Zo ook in leidingisolatie: los toegepast in de gaaskoker, als cement en in combinatie met andere materialen. Asbest is echter een kankerverwekkende stof waarvan het aanbrengen en bewerken verboden is conform het asbestverwijderingsbesluit. In gebonden toestand levert het niet direct een gevaar voor de gezondheid op. Het advies is om bij onduidelijkheid of twijfel een asbestinventarisatiebureau een materiaalonderzoek te laten doen.

Meer tips

Meer tips over historisch leidingwerk vindt u op:
www.monumentenregie.nl van Stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg (ERM).
Gids Cultuurhistorie ‘Historische isolatiematerialen’, www.cultureelerfgoed.nl.

Overgangstukken

De herontdekte materialen die op dit moment verkrijgbaar zijn, maken een makkelijke overgang van historisch fitwerk naar moderne koppelingen en leidingwerk mogelijk. Dat historisch leidingwerk een grotere diameter heeft, heeft vrijwel geen gevolgen voor de werking van uw installatie. Het verschil tempert hooguit de snelheid van de circulatie van het verwarmingswater, hetgeen echter niet zonder meer betekent dat de opwarmtijd toeneemt. Laat oude stalen leidingen of radiatoren tijdens een verbouwing niet te lang droogstaan. Hoewel ze een zeer lange levensduur hebben, kan op die manier de installatie gaan lekken op de verbindingen en koppelingen. Ook is het mogelijk dat het inwendige van de leidingen of de radiatoren gaat roesten. Leiding-isolatie met schaaldelen en bandage van stro hoeft u niet te vervangen, zelfs niet in een vochtige ruimte als een kelder. Het repareren en aanvullen ervan vergt wel wat creativiteit. Zoek hiervoor een deskundige installateur.

Dit artikel werd geschreven door Herman Grobben, werkvoorbereider/KAM-coördinator bij Den Hoed Aannemers.
Voor meer informatie: www.denhoed.nl.

Download het artikel hier.